Nederlandse invloed op noors volksschilderen

Dit artikel werd oorspronkelijk geschreven in het noors voor het tijdschrift "Decor magasinet" nr 5 2006 met noorse volksschilders als doelgroep. De gedachte was om een overzicht te geven over verschillende stijlen in de Nederlandse volksschilderkunst met een accent op het Hindeloopen en het verband met Noorwegen.

Volksschilderkunst in Noord-Europa

In grote delen van Europa beleefde de volksschilderkunst een bloeitijd in de 17e en 18e eeuw, in Duitstalige landen onder de naam "Bauernmalerei", in Nederland "Volksschilderkunst" en in Noorwegen "Rosemaling". Over het algemeen kan men zeggen dat deze ornamentiek hoofdzakelijk werd uitgevoerd door ongeschoolde schilders (1). Het volksschilderen heeft zijn oorsprong in de renaissance- en barokschilderingen, terwijl rococo pas op een later tijdspunt domineert. De motieven bevatten alles van landschap, bijbelse verhalen, portretten, dieren, bomen, vruchten en bloemen. In Zweden spelen de bloemen vaak een bijrol als rand rond een figuratieve voorstelling. In Denemarken lijkt de decoratieve boeren schilderkunst veel op het noorse rosemaling, maar deze volgt veel sneller nieuwe trends vanwege de korte afstand tot de grote stad. Peter Anker (1) schrijft dat hier nauwelijks van typische lokale stijlen gesproken kan worden. Ondanks het feit dat Nederland en Denemarken vrij veel op elkaar lijken qua infrastructuur, ziet men in Nederland net zo variŰrende stijlen als in Noorwegen waar bergketens fysische barriŰres vormen voor taal en cultuur.
In dit artikel wil ik kort de verscheidenheid van de nederlandse stijlen belichten, en verder ingaan op het contact tussen het noorse gebied Telemark en het nederlandse plaatsje Hindeloopen, waar de volksschilderkunst nog steeds bedreven wordt.

Volksschilderkunst in Nederland

Nederland beleeft een grote rijkdom in de gouden eeuw, al is deze rijkdom voornamelijk voorbehouden aan de westkust. Het persoonlijke fortuin moest zo goed mogelijk getoond worden, en dit werd onder meer gedaan door rijke decoraties van meubels. Er ontstaan locale stijlen die behoorlijk variŰren van dorp tot dorp.

Nederland 1559-1600

Afbeelding van verenigd Nederland (zonder spaans Nederland) anno 1559-1600, een tijd met veel houttransport van Telemark naar de rijke nederlandse westkust.

Sardammerland, dat nu Zaanstreek heet, is een gebied ten noord-westen van Amsterdam. Jaqcues Zuidema (2) schrijft dat men hier reeds begin 17e eeuw gedecoreerde meubels aantreft, en zowel Assendelft als Jisp hebben eigen ateliers van volksschilders. Er onstonden twee typische kasten: een Jisper en een Assendelfter kast, beiden bestaande uit vier deurpanelen die vaak beschilderd werden met bijbelse motieven. De Assendelfter kast heeft een vrije ruimte (toog) tussen het onderste kastgedeelte en het bovenste gedeelte dat kleinere deuren bevat. Het schilderwerk onderscheidt zich door de rode, getande toog met vergulde, houtgesneden rozetten, gemarmerde lijsten en soms een jachttafereel op lade of kapfries. Andere gebruikelijke meubelstukken zijn de klaptafel ("flap-aan-de-wand") en het Sardammer bankje, een lage trap voor de bedstee die aan weerskanten beschilderd werd. Andere kenmerken voor Assendelft zijn de bloemguirlandes en de Assendelfter roos. Na 1840 verdwijnt deze stijl.

Op Ameland bleef het interieur eenvoudig tot aan de 19e eeuw, in tegenstelling tot Hindeloopen waar beddenschotten al rijk beschilderd waren. Wel werden al kleinere voorwerpen zoals mangelbakken, hoekkastjes en bedbankjes beschilderd.
In de 18e eeuw was een groot deel van de bevolking betrokken bij vrachtvaart en walvisvangst voor Zaanse reders. Dit contact werd toonaangevend voor de schilders op Ameland. Walvisvangst was een geliefd tafereel naast bijbelse en mytologische motieven. Een mangelbak van 1686 vertoont primitieve acanthusranken, tulpen en een echtpaar geschilderd in grijstonen ("grisaille"). Maar van historische voorwerpen die geschilderd zijn op Ameland heb ik slechts dit ene exemplaar gezien dat acanthusranken gebruikt.

Over de vissersplaats Marken bestaat het verhaal over noren die zich eerst vestigden in het bosgebied rond het hedendaagse Drachten, maar vanwege terugkerende overstromingen verhuisden naar het eiland Marken. Zo zou de nederzetting op Marken ontstaan zijn (nb: het noorse woord "marken" betekend "de grond"). Verder wordt er verteld dat ze leefden van de haringvangst rond Schotland en walvisvaart bij Groenland en ScandinaviŰ. De vangst werd verkocht op de markt in Amsterdam en zodoende ontstond er al rijkdom op Marken rond 1600. Sommige inwoners bezaten schepen en waren werkgever voor de plaatselijke bevolking.
Onder de beschilderde voorwerpen vinden we een Marker kast met boven- en onderkast, die bij boedelscheiding makkelijk in tweeŰn gedeeld kon worden. Verder vindt men klompen en in Duitsland vervaardigde spanen kisten om klederdracht in op te bergen. Zowel bloemen als bladwerk vertonen gelijnd schaduwwerk, licht boven, donker onder.

Ook in Zeeland vindt men spanen kisten in grote getale, eveneens gebruikt voor de klederdracht. In de beginperiode ge´mporteerd uit de Rijnstreek en Schwarzwald, vˇˇr de productie in Gelderland op gang kwam. Het veerijke gebied had vele herders die hun eigendommen bewaarden in knechtenkisten. Dergelijke kisten ziet men ook in Noorwegen, maar daar werden ze meestal gebruikt door vrouwen die na hun trouwen daar hun eigendommen in bewaarden. Kisten waren vaak beschilderd met groene of grijsblauwe, op case´ne gebaseerde verf, gedecoreerd met een vaas bloemen, of ze werden beschilderd met imitatie van dure houtsoorten zoals eiken of mahonie. De stijl in Zeeland had geen echt typische kenmerken.

De schilderstijl in Staphorst is geleerd van een ge´mmigreerde Duitser in het begin van de 19e eeuw, een "bauernmaler". De stijl is eenvoudig en wordt gedomineerd door grote, eenvoudige rozen in manden of vazen. Ruim een eeuw later vindt men hier ook een stippeltechniek.

Maar er was nog een plaats met een eigen stijl, die wereldwijd bekendheid heeft gekregen en tot heden nog steeds bedreven word door zowel inheemse volkssschilders als schilders in andere werelddelen.

Hindeloopen

In het noorden van Nederland, aan de kust van het IJselmeer (voorheen de Zuiderzee), ligt Hindeloopen. De plaats bestond al rondt 700 N.C. en kreeg in 1368 van de zweedse koning het recht van koopvaart op de Oostzee. Een aantal bronnen beschrijven dat de stad toetrad tot het verbond van Hanzesteden op dit tijdspunt, maar Kruissink (3) vertelt dat het onderzoek, uitgevoerd door dr. Otto Hollweg, nooit bewijsmateriaal heeft aangetoond. Mogelijk had de stad een hechte band met wat later de Duitse Hanze werd, maar ook zelf heb ik Hindeloopen niet gevonden op betrouwbare lijsten over Hanzesteden en Hanzekantoren van die tijd.
In de 16e en 17e eeuw ontwikkelt Hindeloopen zich tot een belangrijk handelscentrum, en zowel T°nnesen (4) als Vesaas (5) beschrijven de grote houthandel met Grenland in Noorwegen. Hindeloopen stond zelfs voor 40 % van al het houttransport tussen de Oostzee en Sardammerland. Tijdens de gouden eeuw had Hindeloopen meer dan 80 vrachtschepen, die grote rijkdom brachten. Inkopen werd in het rijke Amsterdam gedaan, hieronder chinees en japans porcelein, indisch bont en kleurrijke, gebatikte stoffen. Meerdere schepen voeren onder de vlag van Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) op AziŰ. De stad groeide tot zelfs 1900 inwooners in het midden van de 18e eeuw. Maar goed 50 jaar later, na verlies van de meeste schepen in de 4e zeeslag tegen Engeland en het faillissement van de VOC, verviel de rijke handelsstad tot een eenvoudig vissersplaatsje. Toen het IJselmeer werd afgesloten in 1932, was het ook definitief afgelopen met de visserij.

Ook in het nieuwrijke Hindeloopen werd de welstand en rijkdom getoond middels beschilderde interieurs. Zelfs raamkozijnen werden gedecoreerd. Opvallend genoeg werd het plafond nooit beschilderd zoals je dat in Noorwegen ziet. Zomers, als de mannen uitvoeren, was de hoofdwoning met de pronkkamer aan de achterzijde gesloten, en de vrouwen woonden in het eenvoudigere zomerhuisje achter de hoofdwoning, terwijl ze hun vee verzorgden. Op deze manier kon de pronkkamer zowel schoon, als vrij van slijtage blijven. De inventaris van de hoofdwoning bevatte onder andere een lessenaar, kasten op schraagjes (skammels genoemd), schommelwiegen op voetstuk, bedbanken, flap-aan-de-wand en zeemanskisten, alles rijk beschilderd met acanthusranken, bloemen, bijbelse of zee-tafereeltjes.
Licht en schaduw imiteerde Hindeloopens traditie met eiken houtsnijwerk, en het werk werd veelal diagonaal belicht van rechtsboven naar links beneden. Zoals elders in Europa werd er op eitempera en case´ne gebaseerde verf gebruikt in de vroege periodes, en kleuren als Engels rood, dodekop en indigo. De voorwerpen werden vaak beschilderd met verschillende motieven en technieken, zoals zeegezicht, bloemen, dieren, gestileerde bomen en marmerimitatie.
De voorkeur voor de kleuren zwart, rood en goud, en het gebruikt van de geluks- of paradijsvogel wordt verklaard met het contact van de Hindeloopers met Aziatische koopwaar. Dit geschiedde zowel door de warenhandel in Amsterdam waar Aziatische artikelen werden verkocht, alsmede door deelname van Hindelooper vrachtschepen aan de VOC.
Op de website "Het Geheugen van Nederland" vindt men een groot aantal foto's van prachtige Hindelooper meubels (zoekopdracht "Hindeloopen").
Onder de oude voorwerpen bevinden zich ook dozen en sledes van eind 18e eeuw, uitgevoerd in porceleintechniek: op crŕmewitte achtergrond zijn bloemen en acanthusranken monochroom geschilderd met donkere contouren. Aan het einde van de 19e eeuw verdween de schilderkunst als decoratie binnenshuis, net als in Noorwegen. Maar tegelijkertijd begonnen de eerste touristen deze kunst te ontdekten, wat resulteerde in een industriŰle productie. Deze ondervond een tijdelijke neergang tijdens de eerste wereldoorlog.

Butte in Hindelooper-stijl. Beschilderd door Meine Visser
Bord in Telemark-stijl. Beschilderd door Olav Schreurs
Bovenstaande foto's laten de verwantschap zien tussen de volksschilderkunst in Hindeloopen (boven) en Telemark (beneden). Acanthusranken zijn gevlochten en belicht bij beiden, terwijl de bloemen gestileerd zijn in Telemark en meer naturalistisch in Hindeloopen. Beide werken zijn van nieuwere datum.

Analyseert men het Hindelooper schilderwerk dan vindt men de volgende elementen: Acanthusranken, bladwerk, tulpen, papaverbollen, twee soorten rozen en verschillende vogels (paradijs- og geluksvogels). De achtergrond is meestal rood, cremewit, blauw en groen. Denkt men de papaverbollen en vogels weg, dan vindt je deze motieven ook terug in het schilderwerk van het Noorse Telemark. Dit geldt ook voor het C- en S motief, vlechtwerk en ritme van de acanthusranken zoals Vesaas (5) dit noemt. Geen enkele andere stijl in de nederlandse volksschilderkunst gebruikt de acanthus zo dominant als de Hindelooper. Hetzelfde geldt voor het noorse Telemark, en daarbij duikt de vraag op of deze stijlen elkaar be´nvloed hebben en zo ja, in welke richting?

Noorse volksschilderkunst en hollandse immigranten

Een van de eerste met naam bekende hollanders die in Noorwegen schilderde was Hieronymus Bosch (1460-1516), die volgens Vesaas bijbelse taferelen schilderde. Onder invloed van de renaissance in de 17e eeuw, werden de interieurs van noorse kerken beschilderd, hieronder muren, plafonds en inventaris zoals banken, orgels etcetera. Duitsers, Denen, Schotten en Hollanders, waaronder meerdere kunstenaars, vestigden zich in de steden. De decoratieve schilderskunst in Noorwegen, uitgevoerd door noorse en buitenlandse schilders, beperkt zich in het begin tot kerken, maar langzamerhand ziet men ook veranderingen in architectuur elders. Nieuwbouw wordt opgevoerd met ramen, schoorsteen en hollandse kasten. Aanvankelijk waren huiskamers namelijk zonder ramen, en met een gat in het dak als schoorsteen. Nederlandse meubels worden ge´mporteerd door de vrachtschepen van onder andere Hindeloopen, en geruild voor hout. Vesaas verteld over kisten met houten voorwerpen van Holland of Duitsland. Mogelijk is er hier sprake van dezelfde duitse spanen dozen die ook door de volksschilders in Zeeland ge´mporteerd werden. Fijnere houten schalen waren rood geschilderd, soms voorzien van inscripties, gekenmerkt door een orthografisch mengsel van deens, hollands en platduits. Dit weerspiegelt ook de taalverbastering van de handwerkers in de stad rondt die tijd. De beschilderingen werden hoofdzakelijk uitgevoerd door handwerkers en gildebroeders die veelal gebruik maakten van gravures naar Hollandse meesters, om preekstoelen en altaarstukken te beschilderen. Daarnaast werden acanthusranken, vruchten, dieren, vogels en figuratieve motieven geschilderd. Na 1730 werd het volksschilderen vaker uitgevoerd door ongeschoolde schilders, tot aan het verval in 1880.

De stellingen

Zuidema (2) vertelt dat voorwerpen van Hanzesteden naar Hindeloopen werden gebracht om daar beschilderd te worden, of dat zeelui die het schildersvak verstonden, ter plaatse schilderden, wachtend op nieuwe lading. In diverse musea rond de Oostzee zou men Hindelooper voorwerpen kunnen bezichtigen als een soort bewijs hiervoor, maar tot op heden heb ik slechts ÚÚn kist gevonden in het Nordiska museum te Stockholm, waarvan ik het vermoeden heb dat deze door een Hindelooper beschilderd zou kunnen zijn.
Roosje Hindeloopen (6) vertelt dat Hindeloopen be´nvloed is door het noorse rosemaling, iets dat ook Pietersen-Nauta en Venekamp-Looms (7) bevestigen. Deze komen tevens met de stelling dat nederlandse zeelieden rijk gedecoreerde meubels in Noorwegen en de baltische landen zagen, en dat ze tijdens de winterperiode hun indrukken verwerkten in hun schilderwerk. Maar het boek zaait zelf al twijfel over de waarheid, en volgens Vesaas waren op dat tijdstip slechts kerken beschilderd in Noorwegen.
Meerdere bronnen gaan er vanuit dat de Hindelooper zeelieden de winter gebruikten om meubels te vervaardigen en te beschilderen, aangezien grote delen van de Zuiderzee bevroren waren en de grotere vrachtschepen in de havens van Amsterdam bleven liggen. Harmen Willem Glashouwer (8) spreekt dit tegen, wijzend op de hoge kwaliteit van de oude werken, een bekwaamheid die slechts professionele handwerkers bezaten. Hij gaat ervan uit dat het volksschilderen naar Hindeloopen kwam middels de relatie tot Amsterdam met zijn burgerlijke cultuur die sterk gekenmerkt was door zuidelijke invloeden. In het gesprek dat ik een paar jaar geleden met hem had, minimaliseerde hij het verband met Noorwegen. Dat Amerikaanse toeristen het Hindeloopen als Rosemaling betitelen, valt bij hem duidelijk niet in goede aarde.

Acanthus

De distelachtige plant acanthus die gebruikt wordt in het volksschilderen en houtsnijwerk is de Acanthus spinosus, groeiend in het gebied van de Middellandse zee en tot 150cm hoog en 90cm breed kan worden. Peter Anker (1) schrijft dat het acanthusmotief in de tweede helft van de 17e eeuw in Europa wordt gebruikt, en pas rond de eeuwwisseling naar Noorwegen komt. Een van de eerste werkstukken met acanthus uit die tijd is de preekstoel in de Dom van Oslo, die waarschijnlijk door een Hollander is vervaardigd.

Het is duidelijk dat hollanders al eeuwen lang naar Noorwegen zijn getrokken, en het ziet er naar uit dat voornamelijk het contact met Hindeloopen zijn sporen heeft achtergelaten op de Noorse volksschilderkunst.

Nederlandse volksschilderkunst van heden

De volksschilderkunst heeft momenteel betere tijden in Noorwegen dan in Nederland. Er is een beperkt aanbod aan Nederlandse vaklitteratuur, slechts verkrijgbaar via het antiquariaat. Gelukkig is deze volkskunst nog steeds zichtbaar in een aantal musea, al is het vaak een beperkte tentoonstelling. Wil men beschilderde voorwerpen kopen, kan men dat doen via internet of middel een bezoek aan Hindeloopen, dat overigens zeer de moeite waard is. Hier vind je een handvol winkels en werkplaatsen gevuld met zowel kleine souvenirs als grotere meubelstukken. Helaas ziet men dergelijke typisch Hollandse souvenirs nauwelijks op andere plaatsen, waar je dit zou verwachten, zoals Schiphol.

Bronnen

  1. Anker, P.: Folkekunst i Norge. Cappelen, Oslo 1998
  2. Zuidema, J.: Nederlandse volksschilderkunst. Cantecleer bv, de Bilt. 1e uitgave, 1977.
  3. Kruissink, G.R.: Bloei en verval in Hindeloopen. Deel van een catalogus voor de speciale tentoonstelling "Glorie van Hindeloopen". Zuiderzeemuseum, Enkhuizen. 1958.
  4. T°nnesen, J.N.: [III]. NŠringslivet i Bratsberg frem til 1660: http://www.porsgrunn.folkebibl.no/bok/porsgrunn-1957/b1/ph-03a.html
  5. Vesaas, ě.: Rosemaling i Telemark. Deel I. Mittet & Co A/S, Oslo 1954.
  6. Roosje Hindeloopen, Hindeloopen: http://www.roosjehindeloopen.com
  7. Pietersen-Nauta, W., L Venekamp-Looms: Het Hindelooper schildersboek. De Tille bv, Leeuwarden. 4e uitgave,1983.
  8. Harmen Willem Glashouwer, Hindeloopen: http://www.hindeloopen.com
  9. Hidde Nijland museum, Hindeloopen: http://www.museumhindeloopen.nl
  10. Fries museum, Leeuwarden: http://www.friesmuseum.nl/
  11. Zuiderzee museum, Enkhuizen: http://www.zuiderzeemuseum.nl
  12. Openluchtmuseum, Arnhem: http://www.openluchtmuseum.nl/english
  13. Gauke Bootsma, Hindeloopen: http://www.schaatsmuseum.nl
  14. Meine Visser, Hindeloopen: http://www.meinevisser.nl
  15. Atelier de Mispel, Ameland: http://www.demispel.nl/volkskunst.html

Voorzijde | Geschiedenis | Nederlandse invloed| Literatuur | Acanthus | Materiaal | Volksschilders | Houtbewerkers | Links | Contact
Copyright ę 1999-2017 Olav Schreurs. All rights reserved.